• print

Dossier: VAR-verklaring

Vier soorten VAR

Vier soorten VAR

De Belastingdienst onderscheidt vier soorten VAR en bepaalt zelf, op basis van de door u verstrekte gegevens, welke VAR u krijgt.


1. VAR loon uit dienstbetrekking (VAR-loon)
Als in de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) staat dat de fiscus uw inkomsten als loon aanmerkt, dan biedt de VAR uw opdrachtgevers geen zekerheid over de vraag of zij loonheffingen moeten inhouden en afdragen. Uw opdrachtgever moet in dit geval altijd zelf toetsen of er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Als hij vindt dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking, dan zal hij loonheffingen inhouden en afdragen. Vindt uw opdrachtgever dat er geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking, dan zal hij geen loonheffingen inhouden en afdragen.

Het gevaar hierbij is echter dat de Belastingdienst achteraf toch een (fictieve) dienstbetrekking constateert. In dat geval moet uw opdrachtgever alsnog loonheffingen afdragen. Bij twijfel of er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking, kan de opdrachtgever de fiscus om een uitspraak vragen. Als opdrachtnemer kunt u UWV om een uitspraak vragen.

U krijgt een VAR-loon als de Belastingdienst op basis van uw aanvraagformulier en eventuele aanvullende informatie vindt dat u uw werkzaamheden (voor het grootste deel) in dienstbetrekking verricht. Hierbij kijkt de fiscus onder andere of u verplicht bent om instructies op te volgen, of u tijdens vakantie en ziekte wordt doorbetaald en of u verplicht bent om de werkzaamheden persoonlijk uit te voeren. De Belastingdienst bekijkt of deze punten relevant zijn voor uw werkzaamheden en beoordelen uw aanvraagformulier in zijn totaliteit. Daarbij kijkt de fiscus ook naar de onderlinge samenhang van uw antwoorden.

2. VAR resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row)
Als uw Verklaring arbeidsrelatie (VAR) aangeeft dat de Belastingdienst uw inkomsten ziet als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’, dan biedt de VAR uw opdrachtgevers eveneens geen zekerheid over de vraag of zij loonheffingen moeten inhouden en afdragen. De opdrachtgever moet ook hier zelf toetsen of er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Maar ook hier kan de fiscus achteraf toch een (fictieve) dienstbetrekking constateren. In dat geval moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen afdragen.
Artiesten en beroepssporters ontvangen vaak een VAR-row. In dat geval moet de opdrachtgever wel loonheffingen inhouden. Dit is op grond van de artiesten- en beroepssportersregeling.

U krijgt een VAR-row als de Belastingdienst uw inkomsten niet aanmerkt als loon uit dienstbetrekking, winst uit onderneming of inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap. Uw aanvraagformulier wordt in zijn geheel beoordeeld en de fiswcus kijkt daarbij naar de onderlinge samenhang van uw antwoorden en naar de werkzaamheden die u verricht.

3. VAR winst uit onderneming (VAR-wuo)
De VAR-wuo geeft opdrachtgevers de meeste zekerheid over de aard van de samenwerking. Als in de VAR staat dat uw inkomsten door de fiscus worden aangemerkt als ‘winst uit onderneming’, dan hebben u en uw opdrachtgever de zekerheid dat de opdrachtgever over uw beloning geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen. Daarbij gelden wel de volgende voorwaarden:

• De omschrijving van de werkzaamheden in de VAR komt inhoudelijk overeen met de werkzaamheden die u voor uw opdrachtgever verricht.
• U verricht de werkzaamheden binnen de geldigheidsduur van de VAR.
• Uw opdrachtgever heeft uw identiteit vastgesteld.
• Uw opdrachtgever bewaart een kopie van de VAR en van een geldig identiteitsbewijs bij zijn administratie.

U bent niet verplicht de VAR-wuo te gebruiken. Maakt u er bij een opdracht wel gebruik van, dan bent u voor deze opdracht niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, WIA en ZW) en kunt u naar aanleiding van deze opdracht geen beroep doen op een uitkering op basis van een van deze verzekeringen.U dient zichzelf dus te verzekeren als u werkt op basis van een VAR-wuo. Een VAR-wuo wordt uitgegeven aan ZZP'ers die volgens de Belastingdienst 'ondernemer' zijn. Hierbij gaat het om een aantal criteria. Deze vragen worden u ook gesteld bij de aanvraag van de VAR:


Bent u verplicht aanwijzingen van uw opdrachtgever(s) op te volgen?
Wordt u doorbetaald tijdens vakantie of ziekte?
Maakt u winst en zo ja, hoeveel?
Hoe zelfstandig is uw onderneming?
Beschikt u over kapitaal (in de vorm van geld of goederen)?
Hoeveel tijd steekt u in de onderneming?
Wat is de omvang (in tijd en geld) van uw werkzaamheden?
Hoeveel klanten heeft uw onderneming?
Hoe maakt uw onderneming zich bekend naar buiten?
Loopt u ondernemersrisico?
Bent u aansprakelijk voor alle schulden van de onderneming?

Als u de VAR-wuo gebruikt, moet u via uw aangifte inkomstenbelasting belasting betalen en moet u facturen versturen voor uw werkzaamheden. Daarnaast bent u verplicht een administratie bij te houden en te bewaren, met daarin onder andere de facturen die u ontvangt, en kopieën van de facturen die u verstuurt.

 

VAR inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap (VAR-dga)
Als uw VAR aangeeft dat de fiscus de inkomsten aanmerkt als ‘inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap’, dan hebben u en uw opdrachtgever eveneens de zekerheid dat de opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen. Hierbij zijn dezelfde voorwaarden van toepassing als bij de VAR-wuo:

• De omschrijving van de werkzaamheden in de VAR komt inhoudelijk overeen met de werkzaamheden die u voor uw opdrachtgever verricht.
• U verricht de werkzaamheden binnen de geldigheidsduur van de VAR.
• Uw opdrachtgever heeft uw identiteit vastgesteld.
• Uw opdrachtgever bewaart een kopie van de VAR en van een geldig identiteitsbewijs bij zijn administratie.

U bent niet verplicht de VAR-dga te gebruiken. Maakt u er bij een opdracht wel gebruik van, dan bent u voor deze opdracht niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, WIA en ZW) en kunt u naar aanleiding van deze opdracht dus ook geen beroep doen op een uitkering op basis van een van deze verzekeringen. De VAR-dga zegt niets over de arbeidsrelatie tussen de directeur-grootaandeelhouder en zijn vennootschap en de vennootschappen waarin de directeur-grootaandeelhouder een aanmerkelijk belang heeft.

U komt in aanmerking voor een VAR-dga als uw inkomsten voor rekening en risico van de vennootschap komen, met andere woorden als uw BV als onderneming kan worden aangemerkt. Daarbij wordt op dezelfde punten gelet als bij een ondernemer die een VAR-wuo aanvraagt.
Leent uw opdrachtgever u voor de VAR-werkzaamheden in, of is hij aannemer in een keten en besteedt hij de VAR-werkzaamheden aan u uit? Dan blijft uw opdrachtgever aansprakelijk voor de betaling van de loonheffingen, ook al hebt u een VAR-dga. Als de vennootschap waarbij u als directeur-grootaandeelhouder in dienst bent, de loonheffingen voor uw VAR-werkzaamheden niet betaalt, dan kan de Belastingdienst uw opdrachtgever daarvoor dus aansprakelijk stellen. De inlenersaansprakelijkheid geldt ook voor de omzetbelasting die u over de verrichte werkzaamheden moet betalen. De ketenaansprakelijkheid geldt alleen voor de loonheffingen.
 

how to

alle how to's

gerelateerde video's

alle video’s